Stel dat iemand tijdens een teamvergadering een nieuw idee introduceert. Die persoon legt uit wat het idee kan opleveren en beschrijft het principe erachter. Het verhaal klinkt logisch, maar een collega is nog niet overtuigd. Die wil graag weten of de aanpak al eerder is toegepast, welke resultaten dat heeft opgeleverd en welk bewijs er uit de praktijk beschikbaar is.
Een andere collega reageert anders. Voor deze persoon zijn de praktijkvoorbeelden nuttig, maar eerst moet duidelijk worden wat het onderliggende concept is. Als het principe klopt en de verschillende onderdelen logisch met elkaar samenhangen, kan het idee al voldoende overtuigend zijn om verder te onderzoeken, ook wanneer er nog weinig praktische ervaring mee is.
Wie redeneert hier het meest redelijk? Daar is geen eenvoudig antwoord op. Beiden proberen te bepalen of het idee logisch en bruikbaar is. Ze zoeken alleen naar verschillende soorten informatie voordat zij een argument overtuigend vinden.
Hoe geven we betekenis aan informatie?
Mensen gebruiken verschillende manieren om informatie te analyseren, problemen op te lossen en beslissingen te nemen. Sommigen beginnen graag met wat ze kunnen waarnemen, ervaren of in de praktijk kunnen verifiëren. Anderen voelen zich meer op hun gemak wanneer ze beginnen met concepten, principes of bredere patronen en deze gebruiken om een situatie te begrijpen.
Een meer empirische manier van redeneren legt doorgaans meer nadruk op waarneembare feiten, praktische ervaring en bewijs uit concrete situaties. Iemand met deze voorkeur wil een idee misschien eerst toetsen, eerdere resultaten bekijken of zien wat er in de praktijk gebeurt voordat een conclusie wordt getrokken.
Een meer theoretische manier van redeneren kan juist meer waarde hechten aan concepten, modellen, principes en bredere patronen. Iemand met deze voorkeur wil mogelijk eerst begrijpen hoe verschillende elementen met elkaar samenhangen en gebruikt een conceptueel kader om een situatie te analyseren of te voorspellen wat er kan gebeuren.
Geen van beide benaderingen is per definitie beter. Beide kunnen bijdragen aan goed denken en goede besluitvorming. Het verschil zit in waar mensen naar zoeken wanneer zij iets proberen te begrijpen en wat zij als een overtuigende basis voor een conclusie beschouwen.
Wanneer bewijs en theorie elkaar ontmoeten
Het verschil wordt vooral zichtbaar wanneer een team een nieuw idee bespreekt.
De ene collega vraagt misschien om voorbeelden, eerdere resultaten of bewijs dat het idee in de praktijk werkt. Een aantrekkelijk concept is voor deze persoon mogelijk niet voldoende om tot actie over te gaan. Voordat er een beslissing wordt genomen, wil diegene weten wat er in vergelijkbare situaties is gebeurd en wat daadwerkelijk kan worden waargenomen of gemeten.
Een andere collega benadert dezelfde discussie misschien vanuit het concept achter het idee. Welke aannames liggen eraan ten grondslag? Hoe hangen de verschillende onderdelen met elkaar samen? Welk principe verklaart waarom deze aanpak zou moeten werken? Als de onderliggende redenering klopt, kan deze persoon bereid zijn het idee te onderzoeken, ook wanneer er nog weinig praktische onderbouwing beschikbaar is.
Geen van beiden hoeft meer behoefte te hebben aan bewijs of analytischer te zijn dan de ander. Ze bewegen simpelweg op een andere manier van informatie naar een conclusie.
Hetzelfde verschil kan zichtbaar worden bij het oplossen van een probleem. Iemand die meer empirisch redeneert, kan beginnen met onderzoeken wat er eerder is gebeurd en wat in de huidige situatie waarneembaar is. Een meer theoretisch ingestelde collega kan eerst zoeken naar een patroon of principe dat verklaart waarom het probleem ontstaat.
Wat hebben we nodig voordat we handelen?
Verschillende manieren van redeneren kunnen ook invloed hebben op besluitvorming.
Stel dat een team een mogelijke oplossing heeft gevonden, maar nog niet over alle informatie beschikt die het normaal gesproken zou willen hebben. De ene persoon wil misschien wachten totdat er voldoende praktische onderbouwing is om de beslissing te ondersteunen. Een ander voelt zich wellicht al comfortabel om verder te gaan omdat de onderliggende logica duidelijk genoeg is en de resterende onzekerheid gaandeweg kan worden onderzocht.
Dit verschil kan vooral relevant worden bij innovatie en verandering. Experimenteren betekent vaak dat je handelt voordat alle gevolgen bekend zijn, terwijl voor andere beslissingen juist een stevigere onderbouwing nodig kan zijn voordat actie verantwoord voelt. Wat als “voldoende informatie” wordt beschouwd, kan daardoor sterk verschillen tussen collega's, ook wanneer zij hetzelfde doel nastreven.
Hetzelfde geldt voor het delen van kennis. De één legt misschien vanzelfsprekend uit hoe iets werkt aan de hand van voorbeelden uit de praktijk, terwijl een ander liever begint met de onderliggende principes en pas daarna concrete voorbeelden bespreekt.
Beiden kunnen vanuit hun eigen perspectief effectief communiceren. De vraag is of de ander de informatie krijgt die nodig is om het onderwerp te begrijpen.
Wanneer voorkeuren elkaar ontmoeten
Hier kunnen verschillende manieren van redeneren gemakkelijk tot misverstanden leiden.
Iemand die de voorkeur geeft aan empirisch redeneren kan een theoretisch ingestelde collega ervaren als abstract, te veel gericht op concepten of onvoldoende verbonden met de praktijk. De theoretisch ingestelde collega kan dezelfde persoon juist ervaren als te sterk gericht op losse voorbeelden of onvoldoende geïnteresseerd in het grotere geheel.
Het verschil van mening lijkt dan misschien te gaan over de kwaliteit van iemands denken, terwijl het in werkelijkheid gaat over wat ieder van hen als overtuigend bewijs beschouwt. De één wil eerst zien wat in de praktijk werkt voordat een conclusie wordt getrokken. De ander wil eerst het onderliggende principe begrijpen voordat wordt bepaald of iets waarschijnlijk zal werken. Geen van beide interpretaties vertelt noodzakelijk het hele verhaal.
Wanneer we herkennen dat anderen informatie op een andere manier kunnen beoordelen en interpreteren, kunnen we nieuwsgieriger worden naar waar zij naar zoeken en waarom. In plaats van ons af te vragen waarom iemand het argument niet lijkt te begrijpen, kunnen we een veel bruikbaardere vraag stellen: wat zou deze persoon helpen om dit argument overtuigend te vinden?
Die kleine verschuiving kan het gesprek veranderen. We beoordelen dan niet langer primair de manier waarop de ander redeneert, maar onderzoeken welke informatie hem of haar kan helpen om het idee te begrijpen en te beoordelen.
Van bewustwording naar interculturele vaardigheid
Het herkennen van verschillende manieren van redeneren is een eerste stap. De echte interculturele vaardigheid ontstaat wanneer we die bewustwording kunnen gebruiken in het dagelijks werk: bij het analyseren van informatie, het oplossen van problemen, het nemen van beslissingen, het presenteren van ideeën of het delen van kennis.
Het doel is niet om meer empirisch of meer theoretisch te worden. Het gaat erom te herkennen wat de situatie vraagt, te begrijpen welke informatie anderen nodig kunnen hebben om tot een conclusie te komen en bewust te kiezen hoe we communiceren.
Soms is concrete onderbouwing nodig om een argument overtuigend te maken. Op andere momenten helpt juist het begrijpen van het onderliggende principe om te kunnen zien waarom een aanpak zou kunnen werken. Vaak is de meest effectieve manier om een idee uit te leggen juist om beide met elkaar te verbinden: eerst het principe verduidelijken en vervolgens laten zien hoe het er in de praktijk uitziet.
De interculturele vaardigheid zit erin te herkennen welke manier van redeneren mensen helpt om samen verder te komen.
Wat betekent dit voor jouw team?
De volgende keer dat een discussie lijkt vast te lopen, kan het interessant zijn om je af te vragen of mensen het eigenlijk wel oneens zijn over het idee zelf.
Misschien is de één nog op zoek naar bewijs, terwijl de ander al overtuigd is door het onderliggende principe. Misschien wil de ene collega eerst zien wat eerder heeft gewerkt, terwijl de ander vooral geïnteresseerd is in het patroon dat verklaart waarom iets werkt.
Wat hebben mensen binnen jouw team nodig voordat zij een idee overtuigend vinden?
En wat gebeurt er wanneer collega's daar verschillende antwoorden op hebben?
Dit soort vragen kan een waardevol gesprek openen over hoe jouw team informatie analyseert, ideeën beoordeelt en beslissingen neemt.
De Mazzi-Inc. Cultural Profiler maakt culturele voorkeuren zichtbaar die invloed kunnen hebben op hoe mensen informatie analyseren, problemen oplossen, beslissingen nemen en kennis delen. Wil je ontdekken hoe verschillende manieren van redeneren jouw team beïnvloeden?
Ontdek de Mazzi-Inc. Cultural Profiler
